Mehmet Akgun en Said Boutahar

Mehmet Akgun en Said Boutahar

In: Narthex 10 (2010)nr. 4, p. 50-55. Tekst: Taco Visser.

Hoe kun je als moslim voetballer een voorbeeld zijn voor moslimjongeren? Als voetballer wordt naar je opgekeken, maar als moslim? Doet je geloof er toe als voetballer? Moslimvoetballers hebben jaarlijks echter een maand waarin zij en hun clubs geconfronteerd worden met de fysieke consequenties van de islam: de vastenmaand ramadan. Vasten vreet energie en vermindert sportprestaties aanzienlijk en aantoonbaar. Ramadan zet moslim topsporters op achterstand. Maar kan de ramadan hen ook een voorsprong geven? We spraken hierover met Said Boutahar en Mehmet Akgün en met Mo Allach. Said en Mehmet spelen voor Willem II (het gesprek was in mei 2010). Mo Allach heeft zijn carrière als speler (o.a. Feyenoord) achter zich en is nu technisch directeur (eerst bij VVV, daarna bij FC Twente en nu bij RKC). Thom Geurts begeleidde Said en Memet en ook Mounir el Hamdaoui en Annouar Hadouir de afgelopen jaren tijdens de ramadan. Hij maakte op basis van die ervaring een begeleidingsmodel dat gebruikt wordt in de jeugdopleiding van Willem II en RKC. Een ontmoeting met drie verhalen over de betekenis van ramadan voor het leven in een topsport omgeving.

Ik ontmoette Said en Mehmet samen met Thom in het spelershome van Willem II. Ik herkende de voetbalwereldsfeer van toen ik zelf nog voetbalde. Mannen die Thom en mij fysiek uitbundig groeten, niet alleen om ons te begroeten, maar om zichzelf te laten zien. Een sfeer die op het eerste gezicht doet denken aan de stoere praat en rauwe voetbalhumor van Johan Derksen en Rene van der Grijp aan de RTL-7 stamtafel van Wilfred Genee. Toch was ik in deze sfeer getuige van een fijnzinnig gesprek tussen Thom en twee moslimtwintigers. We begonnen wat onwennig (vanwege de context?), maar het werd al snel een waardegericht gesprek. Niet vreemd voor wie Thoms vakdidactiek kennen…

Verschillen in ramadanbeleving

Said en Mehmet zijn allebei moslim maar hebben ook een verschillende achtergrond. Said is opgegroeid in een traditionele Marokkaanse omgeving waarin culturele conventies erg belangrijk zijn. Mehmets ouders, Turkse Duitsers, zijn veel liberaler. Beiden groeiden op in West-Europa, Said in Rotterdam en Mehmet in Bielefeld en Dortmund.

Het verschil in achtergrond toont zich in hun jeugdherinneringen aan de ramadan. Said vertelt bijvoorbeeld over een bezoek op woensdagmiddag bij een vriendje. Omdat het vastentijd was, dacht hij dat hij daar niets lekkers mocht eten. Pas toen zijn oma vertelde dat hij op die jonge leeftijd niet altijd hoefde te vasten, wist hij dat hij in zo’n situatie mee mocht eten. Mehmet herinnert zich niet zozeer het onderhandelen met voorschriften, maar vooral dat iedereen naar de ramadan uitzag. Mehmet: “Familie en vrienden die elkaar opzoeken. Dan krijg je het gevoel waar het om gaat in het leven: familie, vriendschap, vertrouwen, saamhorigheid.” Deze beleving van de ramadan noemt Said ook: “Ramadan is echt dat je dichter bij elkaar komt. Gezamenlijk eten. Samen naar de moskee. Dichter bij je geloof. Dat je gezuiverd wordt. Dat je weer terug gaat in jezelf. Waar je het allemaal om doet.”

Power

Thom stelt hen de vraag of deze ramadanbeleving niet in contrast staat met de harde voetbalwereld. Beide jongens kennen die kloof. Said licht toe: “Het is een teamsport, maar je bent vooral met jezelf bezig om je optimaal voor te bereiden op jouw wedstrijd. Bij een topclub moet je continu presteren. Voor jezelf opkomen. Als je je mannetje niet staat, wordt er over je heen gelopen. Vasten tast je prestaties aan. Dat is dus niet eenvoudig.”

Maar hoe gaan ze specifiek in de ramadan om met die druk? Moet een club juist in die tijd geen rekening met hen houden? Hoewel hij tot nu toe goede ervaringen heeft gehad – hij hoefde minder vaak te trainen in de ramadan -, hoeft dat volgens Said niet: “Ze hebben het recht mij op de bank te zetten als ik niet presteer. Ik moet sportief gezien mijn best doen voor de club. Daar gaat het om.”

Thom zegt hun standpunt te begrijpen, ramadan is vasten, een aanF-2-Mehmet-Akgun-en-Said-Boutaharslag op het lichaam, en zorgt dus voor mindere prestaties. Hij vraagt hen of de ramadan hen toch ook iets te bieden heeft als voetballer. Mehmet: “Ik geloof er in dat de ramadan, als je erin gelooft, je een kracht geeft. God geeft je de kracht om toch te presenteren. Dat is ook een mentale zaak. Vasten is niet alleen slecht.” Said verbindt zijn antwoord op deze vraag aan de begeleidende gesprekken die hij de afgelopen jaren met Thom had. “Daar ben ik sterker van geworden. Die gesprekken hielpen mij met name in de moeilijke perioden erdoor heen te komen. Bij de ramadan moet je na een paar weken ergens doorheen. Dat is het gevecht in de ramadan. Door de gesprekken had ik een bepaalde power gekregen, dieper dan mijn lichaam, om weer krachtig te spelen.”

Uiteindelijkheidsperspectief

Als de begeleiding van Thom ter sprake komt, spreken beide jongens hun “respect” uit voor het feit dat iemand uit een andere cultuur zich zo verdiept heeft in hun geloof. Dankbaar aanvaardt Thom hun waardering. Er is wederzijdse erkenning tussen de voetballers en hun begeleider. Maar Thom is toch bovenal levensbeschouwelijk pedagoog. En daar getuigt Mehmets ontwikkeling van.

Mehmet is door de begeleidingsgesprekken ook ‘Mehmetbey’ geworden. Bey achter een naam betekent in het Turks ‘heer’, iemand die stuurt en leiding geeft. Aan zichzelf, in dit geval. Een ‘bey’ laat zich niet sturen door de vele belangen en rollen waarin hij verkeert. Een ‘bey’ voert regie door aan al die rollen en belangen steeds de vraag te stellen wat uiteindelijk goed is en gedaan moet worden. Een ‘bey’ heeft gidsend gezag. Geen verkeerde eigenschap voor een voetballer die op een extreme manier speelbal kan worden van belangen en impulsen en van botsende loyaliteiten. Hoe is Mehmet zich als ‘bey’ aan het ontwikkelen? Mehmet: “Daarvoor moet je alles leren afwegen wat voor jou van belang is. ‘Mehmetbey’ heeft overzicht, kijkt van een afstand, onderscheidt zaken van elkaar en kan de juiste weg vinden. Daar ben ik sterker van geworden.”

Als ‘Mehmetbey’ heeft Mehmet toen het er in de vorige ramadan op aankwam kunnen kiezen voor een tussenweg in het vasten. Hij wilde toen graag helemaal vasten. Maar omdat hij een leverblessure had, adviseerde zijn moeder om niet te vasten. Dat is dan immers toegestaan. Mehmetbey leerde hem de tussenweg: verantwoord om de dag vasten, en de niet gevaste dagen later inhalen.

Op deze wijze deed Mehmet volgens Thom als voetballer aan levensbeschouwing. Boven al zijn sociale rollen keek hij als Mehmetbey in de bovenste positie vanuit het ‘uiteindelijkheidsperspectief’ naar wat hij doet. Ramadan kan je helpen die positie in te vullen. Boeiend om te zien hoe in dit proces persoonlijkheidspsychologie, spiritualiteit en islam-theologie samen optrekken. Nog boeiender om met die drie ingrediënten een begeleidingsmethode te maken en te zien hoe verdiepend die werkt.

Moderne moslim

Beide jongens hebben naar eigen zeggen veel aan de ramadanbegeleiding van Thom gehad. Zij gunnen die andere moslimvoetballers ook. Mo Allach, technisch directeur van RKC en oud-profvoetballer, zou een beroep op hen kunnen doen als hij ramadanbegeleiding in de jeugdopleiding van zijn club introduceert. Met hem zitten we in de bestuurskamer van het stadion van RKC. Wederom een waardegericht gesprek. Mo riep zelfs aan het eind uit: “Thom, met jou heb ik altijd van die speciale gesprekken. Ik weet niet wat dat is.” Dat weet Mo best wel. Dat ligt aan Thom, maar ook aan hem zelf. Mo is een authentiek en gepassioneerd mens die zeer persoonlijk reflecteert op de betekenis van zijn islam voor de manier waarop hij leeft. Daardoor kon hij ooit als 27-jarige de spiritualiteit van de ramadan voor zichzelf ontdekken en staat hij sindsdien als moderne moslim in de Nederlandse samenleving. Mo is inmiddels 37 en niet meer als voetballer actief. Hij kan dus meer van buiten kijken en reflecteren op de voetbalwereld en op zijn eigen leerproces als moslimvoetballer ten aanzien van de ramadan.

Dubbele loyaliteit

Als voetballer heeft Mo, zoals hij dat noemt, een egocentrisch leven geleid. Dit vanwege het harde wereldje: “Je moet presteren en zorgen dat je opgesteld wordt. Dat maakt erg eenzaam.” De voetbalwereld doet daarbij alsof ze een familie zijn, maar dat is volgens Mo slechts schijn. “Op het moment dat je buiten het stadion bent, sta je alleen en krijg je commentaar van iedereen, continu, iedereen heeft een mening. Je wordt bejubeld of vernederd. Daar moet je maar tegen kunnen.”

Als Thom hem vraagt of veel jongens tegen die druk bestand zijn, geeft Mo aan dat dit zeer moeilijk voor hen is. “De druk van buiten nemen ze mee in de kleedkamer die vol is van egocentrisch gedrag, jaloezie, vernedering, pestgedrag en keiharde voetbalhumor. En in deze tijd zoeken voetballers de oplossing voor deze druk in statusverhogende middelen in plaats van als sporter hun ding te doen.”

Thom: “In deze kleedkamer zitten moslimvoetballers, die jaarlijks door ramadan een maand of twee minder presteren. Daar wil je toch niet aan als technisch directeur? Je wilt toch de beste prestaties? Of heb jij ook een dubbele loyaliteit als moslim en technisch directeur?”

Volgens Mo moet je inderdaad kritisch naar de ramadan kijken. Hij vindt ramadan en topsport moeilijk met elkaar te verbinden. In topsport moet je volgens hem blijven presteren, simpelweg omdat je loyaal moet zijn tegenover je club en werkgever. “Dat verwachten supporters, het bestuur, de sponsors van je.”

“Maar je hebt ook een loyaliteit tegenover je moslimomgeving, die je een ramadanverplichting oplegt.”, geeft Thom terug, “Hoe kom je uit dit dilemma van dubbele loyaliteit?” Mo: “In elk geval niet door de ramadanverplichting zwart-wit toe te passen. Dat deed ik vroeger wel. Ik vastte omdat het moest en het moest omdat iedereen het deed. Totdat ik op mijn 27e erachter kwam dat ik mezelf daarmee pijnigde en dat de ramadan niet als doel heeft je pijn te doen.”

Zelfverrijking

Het jaar 27 blijkt een bijzonder levensjaar voor Mo. Hij vertelt dan ook gepassioneerd hoe hij zich op zijn 27e losmaakte van de sociale druk in zijn moslimomgeving en op zoek ging naar zijn eigen omgang met de ramadan. Mo: “Ik heb toen echt de keuze gemaakt om het anders te doen. Ik ging nadenken over waarom ik vastte. Ik stelde mezelf vragen waarover ik na wilde denken. Ik bezocht mensen met wie ik wilde spreken over levensvragen en problemen waar ik in de kleedkamer tegenaan liep. Ik gebruikte ramadan als een maand van zelfreflectie. Zo maakte ik contact met de kern van de ramadan. Vanaf dat moment ging ik met meer plezier vasten. Omdat ik mezelf ging verrijken als mens.”

Blind opvolgen van de regels van ramadan wordt dan totaal geen optie meer voor hem. Mo: “Ik durfde toen na twee jaar anders te vasten. Niet meer vasten op de voetbaldag. Dat hield ik gewoon niet vol, en ik wilde loyaal blijven aan mijn club. Ik durfde die beslissing te nemen, omdat ik de jaren ervoor over al mijn vragen goed nagedacht heb. Dan vond ik het heerlijk om na een dag het vasten te verbreken en met iemand te praten over mijn ervaringen en emoties. Daarna ben ik elk jaar die zelfreflectie gaan maken.”

Zo ontdekte Mo naar eigen zeggen de spiritualiteit van de ramadan. Mo: “Ramadan staat voor mij voor losmaken, bezinning en zelfreflectie. Stilstaan bij wat je doet, bij de doelen die je stelt in het leven of die je worden opgedrongen, laten komen wat het leven je geeft. Emotioneel en sociaal gezien kun je je in de ramadan ‘resetten’ en op zoek gaan naar de waarden die je wilt hanteren in het leven. Die waarden maken je een beter mens.” Let wel: bij deze woorden zitten we nog steeds in de bestuurskamer van een betaald voetbal organisatie. Ook dat kan een context zijn

voor spiritualiteit.

Resetten

De mogelijkheid om je leven te ‘resetten’, dat wordt voor Mo de kern van de ramadanbeleving. Het zich oriënteren op wat uiteindelijk van belang is, vertaalt Thom het. Aan deze focus op ‘resetten’, kun je merken dat Mo ouder is dan Said en Mehmet. Mo is sinds zijn 27e levensjaar, zijn moment van spirituele ontplooiing, zijn persoonskern meer gaan waarderen dan collectieve gewoontes en verplichtingen. De beide jongens hebben deze persoonlijke ramadanbeleving ook geleerd – denk aan het ‘gezuiverd worden’ van Said en de Mehmetbye van Mehmet -, en staan aan het begin van de verbinding daarvan met hun levensverhaal. Maar ze verkeren ook nog in een conventioneel stadium waarin groepsloyaliteit en groepsvormen cruciaal zijn.

Als Thom doorvraagt op zijn ‘drive’ om de individuele ramadanbeleving meer te benadrukken, geeft Mo aan dat moslims in zijn ogen “als individuen voor de opgave staan de rijkdom van de traditie zo goed mogelijk vertalen in Europa.” Met ander woorden, hij wil de ramadanbeleving moderniseren, zodat vooral jonge moslims er als gelovigen mee vooruit kunnen in een postmoderne, seculiere samenleving.

In zijn omgeving draagt hij zijn steentje bij aan die modernisering door de moslimvoetballers in de jeugdopleiding van RKC begeleiding te bieden bij het ontdekken van hun individuele ramadanbeleving

in combinatie met het blijven presteren als (aankomend) profvoetballer. Voor hen, maar ook voor andere moslimjongeren, kan hij een voorbeeld zijn door zijn individuele verhaal te vertellen, “net zoals Said Boutahar of bijvoorbeeld Ibrahim Affelay dat op hun eigen manier doen.”

Moed

“Wat levert jonge moslimvoetballers dat op?”, wil Thom nog weten. Mo: “Het heeft mij als voetballer tijdens de ramadan meer energie in mijn hoofd gegeven. Ik wist waar ik het vandaan moest halen: uit mezelf. Ik ben bewust gaan geloven in mijn eigen kracht en sterker geworden temidden van allerlei vreemde belangen en impulsen. Ik denk dat als moslims heel bewust zijn van de stappen en de keuzes van hun leven, dat de ramadan dan een voorsprong kan zijn. En dat geldt nog sterker voor moslim topsporters die met zoveel druk en zoveel rollen rekening moeten houden. Ramadan geeft moslim topsporters een voorsprong!”

Thom wil afsluiten: “Prachtig. Moslimvoetballers hebben een resetmogelijkheid en daardoor een geweldige voorsprong”, maar Mo vult nog aan: “Het belangrijkste is wanneer je het resetknopje aandrukt: daarvoor is moed en lef nodig. Lef om jezelf te confronteren. Moed om jezelf los te maken van verschillende loyaliteiten. Moed om persoonlijke keuzes te maken.”

Met dit antwoord eindigt Mo het gesprek ongemerkt als theoloog. Moed en durf, daarin hoort Thom de titel van een voor hem belangrijk boek: The Courage to Be van Paul Tillich. Mo kent het boek niet, als Thom het noemt, maar begrijpt de geest ervan des te meer. Mo en Thom: boekbroeders. Dat had ik niet kunnen bedenken…

[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]