Narratieve solidariteit

Narratieve solidariteit

Thom Geurts en het Sharing Stories project

TOINE VAN TEEFFELEN

In 2000 begon een tiental Nederlandse en Palestijnse scholen aan een leerlingenuitwisseling rond het thema ‘Sharing Stories’. Het project voor jongeren van 15 tot 17 jaar beoogde een bijdrage aan vredesonderwijs en werd opgezet en gecoördineerd door het Interkerkelijk Vredesberaad. Thom Geurts reikte het concept achter Sharing Stories aan, een project dat mede door zijn inspiratie voortleeft.

 

Het was in Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever, waar de Palestijnse partnerscholen waren, destijds een spannende tijd. De tweede Palestijnse Intifada begon net. Kon het project wel doorgaan? Ja, juist nu was het belangrijk, vonden de betrokkenen. Met alle media-aandacht voor de Intifada, was het zaak om eens achter het geweld en de platte media-beelden te kijken. In de daaropvolgende jaren kozen de scholen elk jaar een centraal thema: sociaal geweld, helden, dromen, bijvoorbeeld. De leerlingen wisselden verhalen uit en reageerden op elkaar, soms tijdens een videoconferentie.

Wat je verhaal op gang brengt, zit hem in het waarnemen

van de persoonlijke keuze die zich altijd aandient.

Doel van het project was authentieke communicatie te creëren tussen de deelnemers waarin aandacht voor hun alledaagse situatie van eminent belang is. Verhaalcontact is niet hetzelfde als ‘aapjes kijken’, maar leidde tot ‘narratieve solidariteit’, aldus Thom. Verhalen vertellen helpt empathie te verwerven. Het werpt ook licht op jezelf en je cultuur, want bij een dialoog sta je zelf ter discussie. Kortom, door elkaar verhalen te vertellen, wordt er een nieuwe relatie tussen jezelf en de ander geconstrueerd. Die constructie is geen logische, abstracte bezigheid, alsof stereotypering van de ander een paar graden moet worden bijgesteld. Het is de bedoeling om sensibiliteit te kweken, ontvankelijk te worden voor concrete menselijke indrukken van de ander, en dus je zintuigen richting die ander te leren ontwikkelen – de fysieke zowel als de mentale en spirituele zintuigen. En niets helpt die sensibiliteit meer dan door naar geïnspireerde, waardegerichte verhalen van elkaar te luisteren: authentieke alledaagse verhalen. Die verhalen kunnen brieven of dagboekaantekeningen zijn, maar ook gedichten, liederen of folkloreverhalen.

 

Een weg uit de verhaalcrisis in Palestina

In Palestina raakte het vertellen van je verhaal een gevoelige snaar. Dat had te maken met de plaats van het verhaal in het politieke conflict in het land. Eens merkte de Palestijnse intellectueel Edward Said op dat de media, de wetenschap en de cultuur Palestijnen geen permissie geven hun verhaal te vertellen. Hun verhaal wordt weggedrukt door de verhalen van de media, populaire literatuur of traditionele religie. Palestijnen spelen vooral rollen in de verhalen van anderen – de rol van de terrorist, het anonieme en hulpeloze slachtoffer, de ‘Filistijn’. Ze hebben geen controle over hun eigen verhaalperspectief noch krijgen ze gehoor in het Westen voor hun verhalen. Ook niet in Nederland waar een narratieve solidariteit met Israël is en veel minder met de Palestijnse werkelijkheid.

Ikzelf maakte eens een serie interviews met Palestijnse schrijvers en wetenschappers over de ‘verhaalcrisis’ die Palestijnen ontmoeten in relaties met anderen. Een deel van die verhaalcrisis is dat ondanks de media-aandacht hun dagelijks leven niet over het voetlicht komt. Maar, zeiden mijn zegslieden, er zijn niet alleen externe hindernissen. Er is ook een verhaalcrisis in het Palestijnse onderwijs. Dat onderwijs stimuleert leerlingen niet om hun dagelijks leven en hun omgeving waar te nemen en daarover te vertellen, ook al kent Palestina een uitgebreide traditionele verhaalcultuur. Een Palestijnse parlementariër stelde eens dat leerlingen veel symbolisch geladen beelden koesteren ten aanzien van het abstracte vaderland, maar dat zij de details van het concrete vaderland niet goed kennen. Sommige leerlingen zeggen bereid te zijn zich op te offeren voor het symbolische vaderland, maar ondertussen gooien ze achteloos rotzooi op de straat van het concrete vaderland.

In Sharing Stories kregen de Palestijnse leerlingen echter een geïnteresseerd gehoor. Ze werden uitgedaagd om hun alledaagse verhaal te presenteren en te verknopen met verhalen uit een heel andere context, die van Nederland in de periode van de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Zo vergeleken de leerlingen onder meer verhalen van interreligieuze contacten in Palestina, vooral die tussen moslims en christenen, met verhalen over relaties tussen Nederlandse moslims, christenen en niet-gelovigen – de laatste groep een onbekende categorie in Palestina.

Persoonlijke keuzemomenten

Het levensbeschouwelijke project stimuleerde de leerlingen hun verhalen te schrijven waarbij ze aandacht schonken aan de dilemma’s en keuzemomenten in hun complexe alledaagse werkelijkheid, aan de inspiratiebronnen die deze keuzen en dilemma’s beïnvloedden en aan hoe erin menselijke hoop gecreëerd kon worden. Wat je verhaal op gang brengt, zit hem in het waarnemen van de persoonlijke keuze die zich altijd aandient, zelfs onder moeilijke omstandigheden en ook in de Arabische samenleving waar de persoonlijke en sociale keuze vaak in elkaar overvloeien. Er zijn altijd momenten dat je echt ‘ja’ of ‘nee’ moet zeggen. Thom werkte deze werkwijze uit in een gedetailleerd educatief stappenplan. Nogal wat docenten aan beide zijden worstelden daar mee, maar het was behulpzaam de lat hoog te leggen.

Verhalen vertellen was een bron van hoop, een daad van actief leren kijken naar de werkelijkheid als door mensen gemaakt en daarom veranderbaar.

Ik herinner me dat het aan de toenmalige Bethlehemse kant niet eenvoudig was om keuzemomenten te vinden in de dagelijkse verhalen. Leerlingen voelden zich machteloos. Je was al blij om de beschietingen en de huiszoekingen heelhuids en zonder materiële schade door te komen. Vooral het reizen was een crime, binnen de Westoever en naar Jeruzalem. Toch hadden ook die schijnbaar machteloze verhalen dat element van hoop, dat het anders kon en moest. Verhalen vertellen was zelf een bron van hoop, een daad van actief leren kijken naar de werkelijkheid als door mensen gemaakt en daarom veranderbaar.

“Verhalen helpen te ademen”, zei Mary, mijn Palestijnse echtgenote die vaak tegen checkpoints oploopt. En hoop was er in de wetenschap dat in elk geval de verhalen door de checkpoints heen konden reizen. Zoals Thom eens zei: “De (afscheidings-)Muur kan je verhalen niet tegenhouden.” Die memorabele zin werd later de titel van een boek met dagboekfragmenten van de Palestijnse St. Jozef school in Bethlehem, waar de docente Suzy Atallah het Sharing Stories-project begeleidde in samenwerking met de docent levensbeschouwing van de KSE in Etten-Leur, Wil Eggenkamp.

Godsdienstonderwijs in Palestina: soemoed

Zorg voor het persoonlijke verhaal bleek ook relevant voor het Palestijnse godsdienstonderwijs. Over de jaren heen bleef Thom in contact met de Palestijnse partner van Sharing Stories, het Arab Educational Institute (AEI) in Bethlehem. Op een recente levensbeschouwelijke conferentie van het AEI plaatste Thom het persoonlijke verhaal in een breder kader. Hij onderscheidde drie typen godsdienstonderwijs. Het traditionele onderwijs is sterk cognitief en gericht op het overdragen van de eigen religieuze tradities. De neotraditionele variant is beïnvloed door de globalisering en maakt de vergelijking van verschillende godsdiensttradities noodzakelijk, maar is nog steeds gericht op de overdracht van institutionele kennis. In het posttraditionele godsdienstonderwijs staat het zoeken naar betekenis door leerlingen zelf centraal. Weliswaar vindt ook hier overdracht van kerntradities plaats, maar de leerlingen gaan zelf op zoek naar zingevende verhalen in hun omgeving en leggen van daaruit verbanden met de verhalen uit de tradities.

Thom haakte hierbij in op een actuele Palestijnse discussie rond de betekenis van het begrip ‘soemoed’. Dat begrip betekent letterlijk standvastigheid of veerkracht in een situatie waarin je aanwezigheid op het land op het spel staat. Je kunt ook zeggen: soemoed is je keus om je verhaal vast te houden. Een typisch beeld van soemoed is de Palestijn die omringd door nederzettingen weigert zijn akkerland te verlaten, of die zijn gebulldozerde huis herbouwt. Soemoed staat voor de diepe, menselijke band van de Palestijnen met hun land, identiteit, gemeenschap en zaak. Het is ook een begrip dat je zintuiglijk kunt ervaren door de mensen op het land op te zoeken en hun verhalen te horen, of de natuur in te gaan en de verhalen van de natuur tot je te nemen. Ik herinner me woestijntochten met Thom waarin we ons de levenswijze van de Byzantijnse woestijnvaders voor de geest haalden, maar ook naar de in de stilte schreeuwende vogels keken en luisterden. Later genoten we dan van een glas verse sinaasappelsap in Jericho. Ook dat was zingeving! Op het AEI zeggen we wel eens dat een goede maaltijd delen op een bijzondere plek ook godsdienstonderwijs is.

Soemoed is een begrip dat persoonlijke verhalen van kracht en hoop kan ontlokken,

die het mogelijk maken om de eigen identiteit en omgeving verhalenderwijs te lezen.

Soemoed is dus geen nationale masterstory waarin alle persoonlijke ervaringen worden uitgewist. Integendeel, iedereen kan het begrip op een eigen manier invullen. Het is een open, zingevend begrip. Thom ondersteunde de stelling van veel Palestijnse godsdienstdocenten dat soemoed voor hun onderwijs van centrale waarde kan zijn. Het kan moreel leiderschap ondersteunen en de weg leiden naar de inspiratiebronnen van de religies van zowel Palestina als Israël, alsmede van de vele Palestijnse folkloreverhalen en verhaaltradities die van generatie op generatie overgaan, vaak getekend door de pijnlijke ervaringen van de Palestijnse geschiedenis.

Het AEI beschouwt soemoed als een begrip dat persoonlijke verhalen van kracht en hoop kan ontlokken die het mogelijk maken om de identiteit en omgeving verhalenderwijs te lezen. Mede geïnspireerd door Thoms accent op authentiek onderwijs, past het AEI nu in het kader van een interreligieus project een combinatie toe van authentieke soemoedverhalen, rollenspelen en morele dilemma’s die volgens zegslieden van het Palestijnse Ministerie van Onderwijs uniek is voor godsdienstonderwijs in de Arabische wereld.

Voortlevende verhalen

Zoals Sharing Stories aangaf, een alledaags verhaal kan een diep dilemma in zich dragen. Soemoed is een antwoord op zo’n dilemma dat veel Palestijnen voelen: gaan we door of geven we op?; behouden we of verliezen we onze menselijkheid? Een verhaal dat eerder door Thom in Narthex als voorbeeld werd gebruikt is dat van Sylvana, een Bethlehemse vrouw die tijdens de eerste Intifada haar baby verloor vanwege Israëlisch traangas. Ze zag later in een winkelcentrum in Jeruzalem een Israëlische baby gevaarlijk balanceren op een hoogte juist buiten het oog van zijn ouders. “Zou ze de baby redden of hem laten vallen”, zei ze, “zoals de soldaten haar baby hadden laten vallen?” In een fractie van een seconde moest ze beslissen. Later verklaarde ze dat haar sprong naar voren de rest van haar leven veranderde, een nieuwe invulling gaf aan haar soemoed.

Op het moment is Sylvana samen met haar dochter Rania actief in het Soemoed Verhalen Huis van het AEI in Bethlehem, bij de Muur. Het AEI probeert er levende tradities in stand te houden door middel van het vertellen van verhalen, gebedsdiensten, vieringen, meditaties, walk-and-talks, folkloredans, kortom een praktische spiritualiteit geïnspireerd door de roeping van soemoed. Ook daar houdt de Muur de verhalen niet tegen. Integendeel, de Muur wordt – naar Berlijns voorbeeld – gebruikt als object, theater, filmdoek en platform voor de uitwisseling van verhalen. Thom is ook hier actief, van dichtbij en op afstand: hij geeft onder meer advies aan de Vlaamse Evi de Jean, een zangeres en theatermaakster en een inspirator van het jaarlijkse Soemoed festival bij de Muur in Betlehem.

Zo leeft het Sharing Stories-project voort langs ongedachte banen.

MENU