VoorwoordBurgerschap0001

Terwijl onze samenleving samenhang verliest ontwikkelt zich een individualisme dat zich lang niet altijd laat verbinden met het gezamenlijke belang. We zien een toename van crimina­li­teit, groot en klein. We zien een calcu­lerende overheid en het antwoord van calculerende burgers die hun eigenbelang veilig stellen. We zien mensen hun maatschap­pelijke verant­woording ontduiken. Aanzienlijke groepen worden daardoor ernstig in hun vrijheid beknot. We zien uitsluitingsmechanis­men waardoor mensen en groepen hun maatschappe­lijke verant­woording niet eens meer mogen aanspreken. Juist zwak­ken, die te weinig hebben om te calculeren, komen tussen de wielen.

Vanuit politiek en samenleving wordt gezocht naar versterking van het burgerschap. Niet het burgerschap van de bourgeois die dom en zelfgenoegzaam als Batavus Droogstoppel het eigenbelang dient. Wel het burgerschap van de citoyen die in staat en bereid is kritische en politieke conclusies te trekken wanneer het gezamenlijke belang wordt ondermijnd in de wetenschap dat daarvan allereerst de kwetsba­ren het slachtoffer zijn. Deze bundel biedt een oriëntatie op een ethische benade­ring van burgerschap die het kwetsbare midden zoekt tussen moralisme en individueel eigen­belang.

INLEIDING

Ethiek is een hot item geworden. Het gaat dan niet zozeer om belangstelling voor ethische systemen. Centraal staat de toegepaste ethiek. In concrete situaties dient de vraag naar het hoogste goed zich onmiskenbaar aan. We treffen dit aan in de beroepsuitoefening, in het besturen van bedrij­ven en in­stellingen. We treffen deze belangstelling voor ethiek ook aan voor in het handelen van mensen als burger. Het handelen als burger onderscheidt zich door de specifieke gerichtheid op de kwaliteit van de sociale verbanden tussen mensen. Daaronder valt de ethiek van het staats­burgerschap waarin de relatie tussen burger en overheid cen­traal staat. Maar daaronder valt ook de ethiek van de burger als aanspreekbare (mede)verant­woordelijke voor de menselijk­heid in dat deel van de leefwe­reld waarop hij of zij invloed heeft. Beide invalshoeken dienen binnen burgerschapsethiek te worden onder­scheiden. Bij de pleitbezor­gers voor een versterking van de ethische compe­tentie van burgers bestaat vrees voor uithol­ling van het burger­schap door een zelfge­noegzaam indivi­dualis­me waarmee mensen zich aan hun verant­woordelijk­heid voor een menselijke samenle­ving onttrek­ken en deze samen­leving beleven als een middel voor het eigen belang.

Wie let op de discussie over civil ethics of burgerschaps­ethiek zoals die momenteel in Nederland wordt gevoerd zal verrast zijn over het bondge­nootschap dat zich ontwik­kelt. De zorg over de mogelijkheden van burgers om in hun handelen verantwoordelijkheid voor de menselijkheid van de samenleving mee te wegen komt uit domei­nen die enkele genera­ties geleden juist met het oog op de kwestie van het burger­schap nog tegen­over elkaar stonden. Enerzijds treffen we levensbeschouwelijke groeperingen aan die zich toen nog vanuit het ideaal van een organische samenleving op een bovennatuur­lijk gelouterd verle­den oriënteerden. Vanuit dit waarnemings­stand­punt is de auto­nomie van de moderne burger wezenlijk een verdachte karakte­ristiek. Dit verzet tegen het zelfgenoegzaam individualisme heeft premoderne wortels.

Anderzijds is er de toenemende teleur­stelling in de ontwikke­lingen van het hedendaags burgerschap in kringen die van oudsher juist opgekomen zijn voor de rechtmatigheid van de autonomie van burgers en zich op grond daarvan tegen een premoderne organi­sche samenleving hebben verzet en aan dat verzet zelfs hun iden­titeit ontlenen. Mensen die met het oog op een humane toekomst menen of meenden dat de samenleving als pro­dukt van menselijk handelen ook door mensen te veranderen, te besturen en te verbeteren is verzetten zich evenzeer tegen zelfgenoegzaam individualisme. Ook al is dit verzet niet premodern, maar Mmodern van pretentie.

Deze tegenstrijdige domeinen vinden elkaar in een gezamenlijke tegenstander. Dat is de postmoderne burger die zich in zijn (of haar  handelen laat leiden door de routines van de maat­schappe­lijke sector waaraan hij op dat moment deelneemt en die in het alledaagse leven van het ene moment op het andere van sector wisselt en voor de uitvoering van zijn handelingen uit het vaatje van andere routines tapt. Wij kennen allemaal de ongrijpbare veel­pettigheid van mensen die een mening hebben als bestuurder, maar weer een andere als opvoeder, als ver­keerdeelnemer of als belastingbetaler en hoogleraar bestuurs­kunde. En dan gaat het steeds om dezelfde fysieke persoon. De betekenis van de ethi­sche invalshoek bij dit alles verdampt met het uiteenwaaieren van al deze rollen en met het complexer worden van de (ver­meende) eenheid. Voor wie geleerd heeft zorg te hebben voor de menselijkheid van de samenleving is dit type van de postmoder­ne burger een bedreiging.

Terwijl onze samenleving haar samenhang steeds minder aan het zoeken naar menselijkheid en steeds meer aan economische wetten en belangen ontleent, lijkt het voor mensen steeds moeilij­ker te worden de veelheid van dagelijk­se routines te laten onderbre­ken door de vraag naar men­seljkheid. Het ver­stommen van de grote verhalen, met hun pretentieus weten van wat menselijk­heid is gepaard aan een versplintering in secto­ren die zich steeds minder van mense­lijkheid aantrekken, al was het alleen maar omdat menselijk­heid als begrip geen deel uitmaakt van het referentiekader van die sector.

We zien een toename van crimina­li­teit, groot en klein. We zien een calcu­lerende overheid en het antwoord van calcule­rende burgers die hun eigenbelang veilig stellen. We zien mensen hun maatschap­pelijke verant­woording ontduiken. En anderen die worden buitengesloten en hun maatschappelijke verantwoording niet eens mogen aanspreken. Aanzien­lijke groe­pen worden daar­door ernstig in hun vrij­heid beknot. Wat te denken van vrouwen en ouderen die zich niet meer veilig voelen op straat? Juist zwakken, die te weinig hebben om te calculeren, komen tussen de wielen.

Vanuit politiek en samenleving wordt gezocht naar versterking van ethisch verantwoordelijk burgerschap. Niet het burgerschap van de bourgeois die dom en zelfgenoegzaam als Batavus Droog­stop­pel het eigenbelang dient. Wel het burgerschap van de citoyen die in staat en bereid is kritische en politieke conclusies te trekken wanneer menselijkheid en het gezamenlij­ke belang worden ondermijnd in de wetenschap dat daarvan allereerst de kwetsba­ren het slachtof­fer zijn. Deze bundel geeft een ori­ntatie in een ethi­sche benadering van burger­schap die het kwets­bare midden zoekt tussen moralisme en individueel eigen­belang.

De aanzet van deze bundel is gegeven in een Studium Generale van de vakgroep Theologie/Levensbeschouwing van de Faculteit Educatieve Opleidingen van de Hogeschool Katholieke Leergangen te Tilburg. Onder voorzitterschap van prof. dr. P.A. van Gennip heeft de Commissie Studium Generale een thema opgepakt dat van fundamenteel belang is voor levensbeschou­wing en samenleving: de rol van ethiek in het handelen van mensen als burger. Daaronder valt de ethiek van het handelen van mensen ten opzichte van overheden (en anders­om!). En daaronder valt ook de ethiek van het hande­len van mensen met het oog op de kwaliteit van de sociale verbanden in de direkte omgeving: de straat, de wijk, kortom: de leefwereld. Het Centrum voor Levensbe­schouwing en Ethiek (CLE), dat deel uitmaakt van dezelfde vakgroep, dankt de Com­missie Studium Generale voor de samen­werking bij het tot stand komen van deze bundel. Samen met GSA en Humanitas is het CLE betrokken bij het discussieproject Goed Gezelschap waarin de problematiek van deze bundel is verwerkt in materiaal voor discussie en groepsgesprekken.

De voordrach­ten die tijdens dit Studium Genera­le werden gehou­den zijn voor deze bundel aangevuld met enkele artikelen. Daarmee is deze bundel resultaat van verschillende invals­hoeken (e­thiek, politiek, sociologie en sociale pedagogiek) en levensbeschou­welijke achter­gronden.

Inhoud

P. A. van Gennip, Utopie of anarchie, Burgerschap in een vergruizelende samenleving.

P. Thoenes, Terugblik, stand van zaken en diagnose.

D. Loose, Politiek en verbeelding.

E.M.H. Hirsch Ballin, Staatsburgerschap asl roeping.

R. Beckers, Over de vernieuwing van de politiek en het draagvlak in de samenleving.

R. Burggraeve, Gesloten en promiscuë of open en warme solidariteit.

Th. Geurts, Burgerschap als vormingsdoel.

De pretentie dat ethische deskundigen de ethische bevoegdheid van concrete mensen in concrete om­standigheden zou verdringen ontbreekt bij de auteurs van deze bundel geheel. Deze bundel biedt enkele oriëntaties die stuk voor stuk uiteindelijk gericht zijn op het versterken van de ethische competentie van mensen. De ethiek van het handelen als burger is een onver­vreemdbaar democratisch goed, deze ethiek is, met andere woorden, een bezit van iedere burger, en dat is: iedereen. Waar het om gaat is dat mensen dit bezit kunnen benutten.