Rotterdam, Lemniscaat, 2010, 319 blz.

Het moest ervan komen. In de rug gedekt door een omvangrijke lijst publicaties over utopisch denken in relatie met politiek, economische problemen en gezondheidszorg presenteert de inmiddels tot ‘denker des vaderlands’ verheven Achterhuis een filosofische analyse van het neoliberale denken over de markt. Ook in dit boek is hij aan het woord als een filosoof die zich niet in de doodlopende straatjes van de universitaire filosofie heeft laten opsluiten: geen specialisme met een hermetisch jargon, geen logisch formalisme, geen filosofie-historische scherpslijperij, maar een denklijn die zich vormt via analyse van de inhoud van een maatschappelijk belangwekkend onderwerp. Achterhuis blijft zichzelf en zijn visie op wat filosofie zou moeten wezen in dit boek trouw.

Het boek bevat 30 hoofdstukjes die in vier delen zijn samengebracht.

Het eerste deel benut de kans om de neoliberale theorie van de markt niet te reduceren tot een economisch fenomeen, maar te doorzien als een breidelende levensbeschouwelijke utopie. In dit deel is Achterhuis boekrecensent. Hij bespreekt een invloedrijke roman, die in de VS al jaren op de bestsellers lijst prijkt en naast de Bijbel het meest verkochte boek is. In deze roman wordt de laatkapitalistische markteconomie gepresenteerd als een utopie die een vrije wereld belooft waarin evenwicht en vrijheid bestaan op basis van een rücksichtlose aanpassing aan het recht van de sterkste en het nastreven van louter eigenbelang. Voor dit evenwicht zich heeft gevestigd is het geboden de ethiek van intermenselijke empathie zonder voorbehoud terzijde te schuiven en te vervangen door bot eigenbelang. Deze roman, Atlas Shrugged, is geschreven door Ayn Rand (1905-192) in wier kring Alan Greenspan en zijn economische vrienden van Chicago University (zoals Milton Friedman) gevormd werden. Overigens noemde het organiserend comité dat Wilders enige maanden geleden naar New York haalde om te protesteren tegen gebedsgelegenheid voor Moslims in de buurt van Ground Zero, zich ook Atlas Shrugged. Achterhuis analyseert deze roman (en daarmee het neoliberale marktdenken) met behulp van de theorie over utopie die we uit zijn andere recente boeken kennen. En vanaf dat moment is er geen houden meer aan. Het neoliberale marktdenken is een utopie die zich presenteert als een pseudolevensbeschouwing.

In het tweede deel betrekt Achterhuis culturele antropologie, sociologie en geschiedenis bij de uiteenrafeling van de neoliberale claim. Belangrijk is het inzicht dat de mondiale flitsmarkt die we momenteel kennen heel wat anders is dan de markt waarop de berbers in de bergen bij Marrakech hun producten ruilen. De markt is de markt niet meer. De oude markten werden nog in de teugel gehouden door toe te zien op de mate waarin ze het belang en het bestaan van de gemeenschap dienden, waarop wederkerigheid werd geborgd en toegankelijkheid tot het maatschappelijk leven en evenwichtige bezitsvorming werden bewaakt. Markt had steeds een waardegerichte waakhond bij zich. Met name het verwerken van het denken van de maatschappijhistoricus Heilbroner is een sterk punt in dit deel van het boek. Ongebreidelde markt verwildert, maakt de samenleving kapot en perverteert het denken. En precies dat gebeurt, onder regie van de neoliberalen, in de moderne marktmaatschappij.

In het derde deel beschrijft Achterhuis het wijsgerig en sociologisch denken over de vrije markt.

In het vierde deel spitst Achterhuis zijn betoog toe op enkele casussen. Zo beschrijft hij hoe dat de staatsgreep in Chili die een einde maakte aan de regering van Allende, werd opgezet om van Chili een neoliberaal marktexperiment te maken. Markt en democratie passen niet zo naadloos als wordt beweerd. Hij gaat ook in op de effecten van het neoliberale marktdenken in globaliseringsprocessen (oorlogen over water), en op het besturen van organisaties en sectoren in onze eigen Nederlandse context. Met name de analyse van wat marktwerking doet in de zorgsector is instructief en actueel. Zeker tegen de achtergrond van het gegeven dat marktwerking in de huidige regeringsideologie het kernbegrip voor maatschappelijke organisatie is geworden.

De epiloog van het boek zoekt een derde weg in de politiek van de maatschappelijke sturing: een weg tussen marktdenken en staatsregulering; dus tussen de utopie van de vrije markt en de utopie van het staatscollectivisme.

In dit boek draagt Achterhuis materiaal aan voor nieuwe oriëntaties op economie en maatschappij. Hierover moet het debat gaan. Zeker tegen de achtergrond van de economische crisis en de daaruit ontwikkelde bezuinigingsdoctrine. De crisis gaat via bonussen precies terug op de hebzucht die in Atlas Shrugged als de ethische praktijk wordt voorgesteld die bij uitstek geschikt is voor de ontwikkeling van een vrije samenleving. Juist op het moment dat via verkiezingen een publiek antwoord op dit neoliberalisme kon worden gegeven bleek het debat over een andere lijn te worden afgeleid. Debat en verkiezingen werden versluierd door hoofddoekjes. De discussie over het recht op religieuze praktijken van minderheidsgroepen heeft een debat over de menswaardigheid van de vigerende markteconomie en de noodzakelijke bijstelling daarvan tegengehouden.

Achterhuis zelf heeft zijn denkweg niet naar het onderwijs gevolgd. Maar wat hij schrijft over de zorgsector werpt bij de onderwijskundig gerichte lezer snel de vraag naar analogie met onderwijs op. Dat zou moeten gelden voor schoolbestuurders, die nu nog te gemakkelijk tegen de dreiging van overheidsbemoeienis onderwijspolitieke pacten sluiten met het neoliberale denken en daarbij pedagogiek inruilen voor economie. Dat zou ook moeten gelden voor leraren die hun dagelijks werk aanpassen aan technocratische verbeteringen van didactiek op grond van economisch denken over output en daarbij vergeten dat het om ontwikkeling van mensen moet gaan, dat pedagogiek verliest. Dat zou ook moeten gelden voor docenten levensbeschouwing die in de school een impuls zouden moeten geven aan repedagogisering op grond van levensbeschouwelijke analyse van de marktmaatschappij en de utopie daarvan. In debat voortgaan met het denken dat Achterhuis heeft ingezet is vitaal voor goed onderwijs.

Voortgaan op de denkweg van Achterhuis betekent ook de vergezellende denkers uitbreiden. Ik denk dat Achterhuis ten onrechte niet ingaat op het boek waarin Benjamin Barbel laat zien hoezeer consumisme samenhangt met de geglobaliseerde markt van massaproductie, en vooral hoezeer via massamedia marktbepaalde beelden van het goede leven binnendringen in de psyche van mensen. Psychologie en met name neuropsychologie is onderdeel van marketing aan het worden. De psyche wordt een product. Niet van pedagogen, maar van marktgerichte economen. Opvallend is ook dat kritische stemmen uit de vorige eeuw die deze problematiek hebben aangekaart niet in het boek van Achterhuis voorkomen. Te denken valt aan Lukacs, Marcuse en Baudrillard, of in ons eigen taalgebied Arend van Leeuwen en Ter Schegget. Hoog tijd om de denkweg van Achterhuis te vervolgen vanuit het perspectief van waardepedagogiek.

Lezen, dit boek, en doordenken naar onderwijs.