Islam leren als nomadische praktijk

Islam leren als nomadische praktijk

De PVV ziet islam niet als religie maar als antimoderne doctrine over de inrichting van de samenleving. In deze opvatting wordt islam gefixeerd tot een objectief ideologisch systeem. Gelet op de dynamische en veelvormige geschiedenis van de islam en zijn brede uitwaaiering in cultuur en gelet op de theologie van de islam met zijn uit de ontstaansperiode stammende respect voor de mystiek van het niet-weten is deze fixatie een ontoelaatbare reductie. Ik vraag me wel eens af of doelgericht, systematisch en aanhoudend kwetsen van moslims niet vooral tot doel heeft een reactie uit te lokken die de antimoderne en vijandige ideologie van de islam moet aantonen. Zolang zulke reacties afwezig zijn en door moslims worden afgewezen verliest zo’n strategie zijn geloofwaardigheid.

En dan is het 7 januari. Europa lag die dag en de daaropvolgende dagen meer in Parijs dan dat Parijs in Europa lag. Moslim terroristen vermoorden redacteuren van het satirisch weekblad Charlie Hebdo en mensen die aanwezig zijn in een joodse supermarkt. Dit gebeurde in Parijs dat sinds 14 juli 1789 het historisch centrum is van het moderne Europa, waarin een opstand van citoyens een einde maakte aan het ancien régime van koning, adel en kerk dat burgers breidelde. De opstand van de burgers  waaruit het moderne Europa ontstaan is, de scheiding van kerk en staat, een wetsysteem op basis van de algemene rechten van mensen en burgers: het is in Parijs werkelijkheid geworden. Kan het oude Europa zich verweren tegen de aanslag daarop? Wat is hierbij de positie van Europese moslim burgers? Niet te ontkennen is dat een aanmerkelijk deel van de moslims in Europa het salafisme niet afwijst of onvoldoende beschikt over impulsen uit de islam zelf om hiertegen weerstand te bieden (R. Koopmans, Fundamentalism and Out-Group Hostility, in: WZB Mitteilungen, December 2013). Islam theologie beschikt over een primitief denkschema om het wonen van moslims in een niet-islamitisch land te interpreteren. Het is het schema van de tegenstelling van de dar al harb en de dar al islam: het ‘huis’ van de oorlog versus het ‘huis’ van de islam. Deze tegenstelling suggereert dat er voor moslims twee smaken zijn: als moslim wonen in een islamitisch land of in oorlog zijn met het niet-islamitisch land waarin je woont. Dit schema blokkeert burgerschap en is totaal ongeschikt om de dynamiek van de islam in gesprek te brengen met de moderniteit. Het sluit de islam op in een premoderne context. Heeft de PVV dan toch gelijk?

De ministers van onderwijs en van binnenlandse zaken overleggen met Europese ambtgenoten en spreken inmiddels met het georganiseerd onderwijs over het signaleren en voorkomen van radicalisering. Bij signalering van radicalisme ben je eigenlijk al te laat. De invloed van de school strekt niet zover dat psychologische processen kunnen worden gekeerd die zich al diep in de persoonlijkheid hebben vastgezet. Beter is de langzame en zachte kracht van de pedagogie in te zetten om radicalisering te voorkomen. Hoe dat moet en wat religieuze educatie in school daarvoor kan betekenen blijft vaag. Opvallend was dat vakken als maatschappijleer en filosofie in de publiciteit hierover een belangrijke stem kregen en dat het in kringen van het levensbeschouwelijk onderwijs erg stil is gebleven. Waarop duidt deze stilte? Zit religieuze educatie met het vraagstuk van radicalisering van de islam verlegen? Is er onduidelijkheid over wat het vak te bieden heeft? Berust dat op onduidelijkheid over de vakdidactiek van het vak zelf?

Ik schets de contouren van een vakdidactische positie waarin de eigen benadering van religieuze educatie centraal staat om duidelijk te maken wat de betekenis kan zijn voor moslim leerlingen die in onze samenleving opgroeien en leren daaraan deel te nemen zonder hun islam daarvoor te hoeven opgeven. Wellicht kunnen moslim leerlingen hun islam zo op een nieuwe manier ontdekken.

 

Fixatie losmaken

Maar het beeld van een eenduidig gefixeerde islam is een constructie. De opkomst van de radicale salafistische islam in Irak en Syrië kan moeilijk worden gezien als een eenduidig feit dat de visie van de PVV ondersteunt. Dat IS zich in de media presenteert als vijand van het westen is zonneklaar. Maar is dat niet ook gericht op moslims om hen onder de vlag van IS te verenigen? De oorlogshandelingen van IS richten zich feitelijk vooral tegen moslims! Het is oorlog binnen de islam tussen salafisten en groeperingen die een heel andere kijk hebben op de verhouding tussen islam en moderniteit. (Gilles Kepel, Fitna, Guerre au coeur de l’islam, Paris, 2004) Er zijn binnen de islam andere posities dan die van de salafisten. De islam bevindt zich op een kantelmoment.

Opmerkelijk is ook de ommezwaai van Ayaan Hirsi Ali in haar nieuwe boek (Ayaan Hirsi Ali,  Ketters, Pleidooi voor een hervorming van de islam, Amsterdam, 2015). Waar zij eerder islam en moderniteit lijnrecht tegenover elkaar plaatste en modernisering van de Arabische wereld alleen mogelijk achtte als resultaat van strijd tegen de islam, heeft ze nu oog voor vernieuwingsimpulsen van binnenuit de islam.

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

Hamid Nasr Abu Zayd (Foto: Thom Geurts)

Hamid Nasr Abu Zayd (Foto: Thom Geurts)

Een van die vernieuwingsimpulsen gaf de Egyptische korangeleerde Hamid Nasr Abu Zayd. Hij paste de literair-kritische methode toe op de tekst van de Koran. Een eerlijke blik op het mensenwerk dat de Koran ook is leverde hem niet een verwijdering maar een verdieping op van zijn geloof (Nasr H. Abu Zayd, Mijn leven met de islam, Haarlem 2002). Hij heeft grote moeilijkheden gehad door zijn visie, die lijkt op de doorbraak in het bijbelonderzoek in Europa in de 18e eeuw bij geleerden als Reimarus. Hij herontdekte de betekenis van de mystiek binnen de islam: de relatie met het Geheim dat God uiteindelijk is, dat ontsnapt aan het zekere weten en menselijke inkapseling. Een andere vernieuwingsimpuls zou de Marokkaanse hoogleraar Fatima Mernissi kunnen zijn. Zij ontwikkelt een feminisme dat stoelt op berberse en moslim tradities en dat in staat is het familierecht en de visie op vrouwen en mannen van binnenuit te hervormen (Fatima Mernissi, Achter de sluier: De islam en de strijd tussen de seksen, Breda, 2004). Deze pioniers maken duidelijk dat de islam meer is dan een gefixeerd, doctrinair systeem. Kunnen moslims in Europa met pioniers en vernieuwers in hun eigen traditie contact leggen? Kan het schoolvak Godsdienst/levensbeschouwing daarbij helpen?

 

Transformatie van religie

Onze vakdidactiek moet dan wel afscheid nemen van de neoklassieke benadering van religie die religie beperkt tot religieuze systemen en religieuze educatie tot een inleiding in deze systemen. En van de neoklassieke benadering van religie die weliswaar recht doet aan religieuze veelvormigheid maar daarbij niet verder kijkt dan de pluraliteit van religieuze systemen. We komen niet verder met deze blikverenging op de systeemkant van religie en dus ook niet door religieuze communicatie van systemen centraal te stellen in religieuze educatie. Niet religieuze pluraliteit is het belangrijkste probleem, maar de verhouding tussen religie en moderniteit. Het gaat om de toegang tot religie in de context van onze laatmoderne samenleving. Natuurlijk is er religieuze pluraliteit. En natuurlijk is het van belang dat mensen in staat zijn tot religieuze communicatie. Maar dat is niet de kern van de positie van religies in onze samenleving, of je nu vanuit een christelijke, humanistische, moslim of hindoe traditie leeft of je niet aan een traditie verbindt.

Uit sociologisch onderzoek blijkt dat zich in Nederland inzake religie een snelle transformatie voltrekt (Geurts a.o, Religious Education in The Netherlands, in: Religious Education at Schools in Europe, Part 2: Western Europe, Vienna, 2014, 171-203.). Religie als een gefixeerd kader, een herkenbaar afgebakende, stabiele en coherente traditie verdwijnt als maatschappelijk factor. In de werkelijkheid van alledag beschouwen steeds minder mensen zich als lid van zo’n religieuze traditie. Dit betekent echter helemaal niet dat religie verdwijnt. De belangstelling voor zinvragen is onverminderd. Maar leidt minder tot identificatie met een specifieke traditie. In plaats daarvan bouwen mensen hun religieuze leefwereld op een eigen manier op. Er is een transformatie van religie als systeem naar religie als persoonlijke handeling. Een van de voornaamste vraagstukken voor deze personalisering van religie is de manier waarop verschillende gebieden uit het maatschappelijk leven die niet intrinsiek religieus van aard zijn zich tot religieuze en ethische vragen verhouden. Het persoonlijk leven in een laatmoderne samenleving wordt gekenmerkt door een veelheid van sectoren en rollen die van de voogdij van een religie zijn losgekomen. Het ligt voor de hand precies hier de verhouding van religie en moderniteit te situeren die voor moslimleerlingen in Nederland grote problemen oplevert en hen uitdaagt de betekenis van islam opnieuw te ontdekken. Het is heel hard nodig dat religieuze educatie op scholen in Nederland de transformatie van religie volgt zoals die zich voltrekt in de samenleving.

 

Religie als nomadische praktijk

Deze transformatie van religieuze educatie begint bij het loslaten van de identificatie van religie met gefixeerde religieuze tradities. Religie is, ook in iedere religieuze traditie, een manier van handelen: opbouwen van je leefwereld in het perspectief van uiteindelijke zin. De gerichtheid op wat uiteindelijk van belang is, is kenmerkend voor religie. Deze gerichtheid begeleidt al het interpreteren en kiezen dat binnen handelen plaatsvindt met een lastige en indringende kritische vraag: is dít het nu, waarom en waarvoor je het allemaal doet? Is er niets belangrijkers, groters? Alle doelen en resultaten van ons handelen worden door deze vraag wakker geschud. We raken met deze vraag aan de kritische en onophefbare onbepaaldheid van het uiteindelijke. Het besef daarvan maakt ons vrij en tegelijk kwetsbare twijfelaars. Het verbod van religieuze tradities op het uitbeelden van het uiteindelijke heeft juist dit als grond.

Deze gerichtheid op het uiteindelijke maakt van het opbouwen van je leefwereld een nomadische praktijk: je komt los van de manier waarop je in je situatie gevestigd bent. Je transcendeert de situatie en komt tot nieuwe oriëntaties. Wie ben ik, uiteindelijk? Als ik dít verhaal over mezelf verteld heb? En als ik dát verhaal over mezelf verteld heb? Maar dan zijn er nóg de rafels van mijn leven die ik liever niet vertel. Of die geen plaats kunnen vinden in de verhalen die ik van mijn leven maak. En als ik zou samenvallen met het levensverhaal dat ik van mezelf vertel, wat gebeurt er dan met mijn levensverhaal als ik zelf uitverteld ben, ten slotte? Wie maakt mijn verhaal af? Is het dan nog míjn verhaal? Het perspectief van het uiteindelijke dringt erop aan los te laten, nieuwe contexten op te zoeken, daarin de ervaringen die je van eerder hebt bewaard en meegenomen te herinneren, te laten indringen en te toetsen op hun bruikbaarheid om het nieuwe uit te drukken en perspectief te geven. Dat avontuur is hachelijk zijn en kan tot breuken met je eerdere posities leiden. Het kan ook zijn dat je je eerdere oriëntaties moet veranderen, of dat je een nieuwe betekenis ervan ontdekt. Religie is een nomadische verplaatsing: losgemaakt en tot nomade geroepen door het appèl van het Uiteindelijke, op weg gegaan in nieuwe rollen, situaties, woningen, landen om daar te oriënteren en te heroriënteren, dynamisch doorgaan met vernieuwen van opgedane wijsheid. Het roepingsverhaal van Abram/Abraham/Ibrahim is hiervoor een klassiek model.

 

Structuur van nomadische praktijk: objectiviteit en creativiteit

De sociale handelingstheorie biedt houvast bij het analyseren van religieus handelen. Dat houvast is nodig voor de ontwikkeling van een religieuze vakdidactiek die de transformatie van religie volgt en daarmee leidraad kan zijn voor de ontwikkeling van religieuze competenties van moslim leerlingen in de context van de laatmoderne samenleving. Ik beperk me nu tot een belangrijke spanning voor mensen die opgroeien in de vanzelfsprekendheid van een traditionalistische benadering van religie en vervolgens in een laatmoderne, gedifferentieerde samenleving hun weg moeten vinden. Het gaat om de spanning tussen religie als objectieve structuur en de persoonlijke religie. Deze spanning kan in godsdienstpedagogische discussies van de laatste decennia gemakkelijk teruggevonden worden. De sociale handelingstheorie van met name Anthony Giddens heeft deze tegenpolen bijeen gebracht als twee aspecten van de handeling die beide noodzakelijk zijn. Hij gebruikt als voorbeeld taal. Taal heeft een structurele kant: bijvoorbeeld de regels voor betekenissen, uitspraak en interactie. Zonder die structuur kan taal niet bestaan. Die structuur is objectief omdat ze niet afhangt van mij, gebruiker van taal, maar er al is voor ik de taal ga gebruiken. Die structuur heb ik nodig om in taal creatief te kunnen zijn. Een roman, een brief, een gedicht, een reclametekst: alle creativiteit die daarin zit heeft de objectieve structuren nodig. Lege creativiteit leidt niet tot een handeling die door anderen verstaan kan worden en waarop zij kunnen interacteren. Maar die creativiteit is dan vervolgens wel nodig om de taal te laten voortbestaan: om de regels door het gebruik te herbevestigen, te veranderen, bij te stellen, of ermee te breken en te vervangen door andere. Taal die het contact verliest met de contexten waarin mensen handelen houdt uiteindelijk op taal te zijn. Zo werkt het ook in religieus handelen. Als sociaal handelen heeft religieus handelen altijd de beschikking over objectieve riten, mythen, opvattingen, systemen van het vasthouden en doorgeven van het uiteindelijke. En evenzo leeft religieus handelen van de creativiteit waarmee mensen de objectieve systemen toelaten in hun leefwereld, betekenis openleggen en veranderen. Het nomadisch karakter van religie krijgt hiermee een tweede betekenis: in de religieuze handeling wordt het objectieve systeem ontbonden en vervolgens verbonden met de context waarin mensen hun leven opbouwen. De religieuze handeling ontbindt religieuze systemen en verbindt ze met nieuwe contexten en geeft deze verbinding vervolgens weer door. Dat is de dynamiek van religie. Fixatie daarvan sluit religie op in een objectief systeem en af van mensen en hun contexten. Zoals er dode talen zijn, zo kunnen ook religies sterven als de levensader van de verbinding met nieuwe contexten wordt geblokkeerd. Andersom geldt ook: de nomadische religie zelf is de impuls om uit fixatie los te komen. Versterking van de interactie van moslims met hun context verloopt via contact met het nomadisch karakter van de islam als religie.

 

Uitgangspunten voor religieuze educatie van moslim leerlingen

Getransformeerde didactiek van religieus handelen verbindt de systeemkant van de religieuze handeling met de creativiteit en vrijheid van mensen in hun context. Moslim leerlingen kunnen hierdoor leren de fixatie van hun traditie te ontbinden en te verbinden met de actualiteit van de context waarin ze leven. De traditie van de islam zelf bevat gereedschappen om van deze fixatie los te komen en een weg te vinden in een seculiere samenleving. De klassieke theorie van de dar al harb fixeert de islam echter tot traditionalisme en gestolde religie. De visie achter dit concept is de onvermoede gezel van de visie van de PVV. Het zet het handelen van moslims vast in vormen die in andere contexten ontwikkeld zijn, verhindert de dynamiek van de religieuze handelen en blokkeert het religieus potentieel van de islam in de nieuwe Europese context en daarmee de transformatie van islam naar de Europese context.

De nomadische benadering verbindt religieus handelen met het uiteindelijke dat aan menselijke fixatie ontsnapt. Dit kritische besef hoort bij de kern van het godsgeloof van moslims. In religieuze educatie komt het godsverstaan van moslims ter sprake als weerstand tegen fixatie.

In een nomadische vakdidactiek is het leren contextueel. Religie komt aan de orde vanuit het alledaagse handelen van concrete mensen in concrete omstandigheden. Ook de bouwstenen van religieuze tradities, de islam incluis, zijn in zulke contexten ontstaan en moeten daarin worden teruggeplaatst om te worden verstaan en een handelend antwoord uit onze actualiteit te krijgen. De vijf zuilen van de islam zijn niet zomaar overlevering, het zijn handelingen van concrete mensen die daarmee hun leven opbouwen in het perspectief van zin. Dat laatste komt in nomadische vakdidactiek steeds aan bod.

Nomadische vakdidactiek van religie is authentiek: gericht op het handelen van de leerlingen in hun leefwereld. Ontbinding van traditie is nodig om verbinding met deze leefwereld mogelijk te maken en als vernieuwde traditie verder te komen. Dit proces kan in lessen levensbeschouwing impulsen krijgen door de islam steeds terug te koppelen naar alledaagse situaties, verhalen over deze verbinding te delen er daarop te reflecteren. Daarmee komt gefixeerde religie uit de automatische stand en worden mensen actoren in plaats van robots die fixaties herhalen. Nomadische vakdidactiek is permanent interpreterend, narratief, creatief en kritisch. Bij nomadisch leren hoort het respecteren en beschermen van onzekerheid. In de mystiek van de islam is deze onzekerheid fundamenteel verbonden aan God: God weet wat wij niet weten en niet kunnen weten: dat vraagt om een houding van vergeving, nederigheid en erbarmen. Nomadische didactiek voedt op om te vertrekken uit zekerheid, en in plaats daarvan onzekerheid te zien als onderdeel van de geloofsverhouding met de uiteindelijke.

Nomadische vakdidactiek is ideologiekritisch: ontmaskert de greep van macht en belangen op religieus handelen.

Dé islam bestaat niet. We moeten leerlingen afleren op een objectivistische en traditionalistische manier over religie en dus ook over islam te denken. Wel zijn er moslims die hun gerichtheid op het uiteindelijke proberen te verbinden met de vormen die hun traditie daarvoor heeft overgeleverd. In hun praktijk krijgt hun islam opnieuw betekenis en ook nieuwe betekenis. In nomadische vakdidactiek ontmoeten leerlingen de verhalen van creatieve pioniers die vanuit hun traditie die nieuwe werkelijkheid interpreteren en de nieuwe werkelijkheid traditie laten veranderen.

Het concept van nomadisch leren van religie past bij de transformatie van religie in onze samenleving en is belangrijk om moslim leerlingen te leren een religieuze positie in te nemen. Verbinding van religie met de laatmoderne samenleving heeft zelf een religieuze impuls en is daarom te belangrijk om alleen aan filosofie over te laten. Als religie levert de islam zelf impulsen om uit fixaties los te komen. Religie en religieuze educatie zijn voor tegengaan van radicalisering te belangrijk om dit alleen aan filosofie over te laten.[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

MENU